"...
Tijd om ook het andere hormoon erbij te gaan spuiten. Het is soms
te zetten. Dat is wel een pré namelijk. Maar om nou op elke
erin te rammen? Een beetje privacy graag. Een beetje privacy "
"...
Heb ik ooit al eens verteld dat die twee wachtweken het allerallerallerergst zijn? Het
afwachten of ze wel gaan innestelen. Ik zou het liefst willen dat ze
alle twee bij mama (ha!) bleven. Maar hee, ik ben niet zo moeilijk.
Eentje is ook goed, hoor! Meer dan goed! Toch is de twijfel ook wel
een beetje aanwezig door de voorgaande keren. Ik moet echt eens
een knappe hobby gaan zoeken, om maar druk en bezig te zijn. Nou
ja, nog ruim een weekje en dan op vakantie. We hebben besloten het
een “keer met zijn tweeën te doen”. Hoe fijn het ook is dat iedereen
meeleeft, elke dag in een wachtweek te moeten vertellen hoe je je
voelt aan iedereen, is ook niet echt rustgevend. De uitslag, positief of
negatief, samen verwerken daar. En tot we weggaan, moet ik gewoon
niet op Internet gaan hangen op zoek naar succesverhalen, dan horror
verhalen tegenkomen en me dan gek laten maken door beiden. Het is
nu overigens nog donker en daardoor begint mijn bedje ook wel weer
te roepen. Zal ik gewoon even een uurtje terug gaan? Gewoon even
lekker?
Ik, met zijn drieën, ga even met mezelf in beraad.
"...
We hadden iedereen al zwanger zien worden en in 2007
was het de beurt aan vriendin M. Net in het jaar dat het
inlevingsvermogen voor anderen bij mij op een laag pitje stond.
Ik had het immers erg druk met mezelf. Maar ik heb altijd heel
goed beseft dat de wereld niet alleen om mij (en Man) draait.
Ieder heeft recht op zijn of haar geluk. En juist de mensen die
heel dicht bij je staan, moet je dat geluk gunnen. M. en ik zijn
open en eerlijk tegen elkaar geweest. We hebben samen een traan
gelaten om haar geluk en mijn gemis....."
"...
Ik kijk op het klokje op mijn dashboard. 09.07 uur. Ik ga het
redden, al zal ik wel even door moeten gassen. Om 09.30 uur
moet ik in het ziekenhuis zijn. Elk stukje asfalt onder de wielen
van mijn autootje is inmiddels welbekend. Ik heb een hekel
gekregen aan deze route. Lang en dodelijk saai. Om 08.25 uur
draai ik het overvolle parkeerterrein van het ziekenhuis op. Elke
parkeerplaats is bezet en zoeken heeft geen zin, maar ik heb mijn
eigen plekje. Totaal illegaal langs een struikje. Maar hey, ik betaal
parkeercenten en ik ben er altijd nog mee weggekomen. Ik ren
naar boven, naar de poli. Dit keer maar geen bezoek aan het toilet
vooraf, voor een laatste veeg met een bloemetjesgeurende natte
lap. Hijgend neem ik plaats in de niet zo gezellige wachtruimte.
Ik moet eerlijk zeggen dat de lieve dames van de poli er van alles
aan doen om het bezoekje op te leuken, maar het zit er gewoon
niet in. Grijs is grijs en grauw is grauw. En met een ontbloot
onderlijf in de beugels is en blijft met een ontbloot onderlijf in
de beugels. Ik mag naar binnen, uitkleden en plaatsnemen. Na
een week naar kleine stipjes te hebben gekeken is dit wat ik op het
scherm zie een verademing. Allemaal keurige follikels. Het zijn
er ook wat meer dan de vorige behandelingen en dat stemt mij
tevreden. Ik mag mij weer aankleden en we kletsen nog wat na
in het kantoortje. Als er naar aanleiding van mijn bloed nog wat
moet veranderen qua hormoondosis word ik gebeld en anders
tot maandag. Oh ja, bloedprikken. Normaal doe ik dit voor het
bezoekje in de stoel, want dan kan ik tenminste meteen naar
huis daarna. Maar nu dus niet vanwege mijn geweldige planning
vanochtend. Ik geef mijn voorgestempelde en aangekruiste
labbriefje aan de dame achter de balie. “U mag daar even
plaatsnemen.” Jaja, ik ben al onderweg. Ik doe dit namelijk zo’n
drie keer per week en ken de procedure, zullen we maar zeggen.
Ik neem plaats in de speelgoedhoek. Waar de kinderbank zucht
onder mijn gewicht. Maar ook hier parkeerproblemen. Ik kijk
naar de mensen om mij heen en ga raden naar de reden waarom
ze hier zitten. Een spelletje waar ik niet heel blij van word, maar
het doodt de tijd. Ondertussen ratelt het etikettenapparaat door.
Een verpleegkundige pakt er eentje en loopt naar de ruimte waar
wij zitten en roept een naam. Ja! Ik ben eindelijk aan de beurt. Ik
leg mijn arm gestrekt op de armleuning, maak een vuist en lepel
mijn geboortedatum op. Scheelt allemaal tijd. Maar die arm blijkt
niet aan te prikken. Mijn andere evenmin. En dus wordt het een
prik in mijn vingertop. Geeft niks meisje. Ben ik ook wel gewend.
Nou, hop, hop, tjop, tjop. Pleistertje erop dan kan ik gaan. "